Nieuwsbrief 4 Home Sweet Home
Akurukwe: Ik heb tevergeefs gewacht (I have been waiting in vain).
Hoe is deze naam ontstaan? “Toen het parochiehuis hier net was gebouwd, ging de kok dagelijks in de ochtend naar het dorp om de benodigde boodschappen, groentes en granen te halen voor de dag. Úúúren later kwam hij terug aan bij het parochiehuis “Akurukwe – Ik heb tevergeefs gewacht”. Dit vertelt Samuel, een van onze huisgenoten en tevens priester, lachend. Uren moest de kok wachten, legt Samuel aan ons uit, want de verkopers van de markt komen pas nadat ze op hun eigen land hebben gewerkt, gegeten en vervolgens een aantal kilometer naar de markt hebben gelopen. Soms, betekent het dat, pas wanneer het al donker begint te worden, de markt begint.
En zo kreeg het kleine dorp waar wij wonen, zijn naam.

Aangezien we op een nogal interessante plek wonen, een korte introductie!
Huisgenoten: 3 priesters, 3 werkers in het huis, 1 hond, 1 kat, 4 konijnen, een aantal kippen, heel veel mieren, een aantal salamanders en wij, Mariska en Bas.
Locatie: het parochiehuis staat aan de kerk, dus als we zondagochtend (per ongeluk/ willen) uitslapen, worden we wel wakker gemaakt van het gezang van het kerkkoor. Maar, meestal zijn we al ontwaakt dankzij de haan die stipt bij zonsopgang naast ons raam staat de kukelen.

Het huis staat aan de ene kant naast het sportveld van een basisschool en aan de andere kant een kleuterschool en het huis van de zusters (wat ook een B&B is!). Het terrein is omringt met mangobomen, waar tijdens het mangoseizoen (wat het nu is!) je moet oppassen. De kinderen klimmen namelijk graag in de bomen of gooien met al wat los of vast zit, naar de rijpe mango’s, met de hoop een zoet hapje uit de boom te vangen.
Guinness de hond: hoofdtaak: het huis bewaken. Hoofdbezigheid: slapen en zich in voor hem verboden ruimtes opsluiten. Glipt stiekem je slaapkamer in als je een moment niet oplet. Lievelingseten: een speciaal klaargemaakte maaltijd door de kok. Verder wel lief.

Kat: officiële naam is poes, wij hebben hem de naam Sjonnie gegeven. Hoofdtaak: op muizen en ratten jagen. Hoofdbezigheid: slapen en zeuren om eten. Sjonnie begrijpt alleen wat zijn taak is als je hem muizen of ratten voert, hij werkt nog steeds aan zijn jaagtalent.
Priesters:
Francis: de parochiepriester. Zet zich voor dag en dauw in voor alles wat met de communities rondom de parochie te maken heeft. Gaat graag op de fiets naar de dorpen zodat hij makkelijk praatjes kan maken met iedereen.
Samuel: voornamelijk bezig met zijn eigen levensdoel verwezenlijken: PACTA, een verslavingskliniek die hij zo’n 20 jaar geleden heeft opgezet. Je kan hem altijd blij maken met fruitsapjes.
Sander: de Nederlandse priester in het huis, zet zich voornamelijk in voor toegang tot educatie en gezondheidszorg. Is fervent Efteling fanaat, weet meer dan de directeur.
Daudi, Lilian en Stephanie, zijn de werkers in het huis die zorgen dat alle huishoudelijke taken – koken, schoonmaken, boodschappen, wassen, zorgen voor de dieren en gasten- met nauwkeurigheid zijn uitgevoerd.
Daudi, chefkok van het huis, werkt al meer dan 20 jaar voor de kerk, is van alle keukens thuis. Lilian, altijd vrolijk en enthousiast, zal je uitdagen om Acholi te leren.
Stephanie hoor je vaak zingend door het huis lopen en kan je alles vertellen over de lokale muziek.
Alle 3 wonen ze ook bij ons op het terrein en gaan eens in de aantal maanden naar huis. Ze verdienen +/- 100 euro salaris per maand, het gemiddelde maandinkomen in Oeganda, al moeten veel gezinnen rondkomen van zo’n 35 euro per maand.
Voor perspectief: schoolgeld voor 6 maanden is zo’n 100 euro, een kopje koffie of een kg rijst 1 euro, benzine 1,50 per liter.

Het voelt voor ons eerlijk gezegd nogal ingewikkeld om werkers in het huis te hebben. Niet alleen omdat het nogal lui voelt om niet zelf onze huishoudelijke taken te doen, inmiddels woon ik zo’n 11 jaar op mijzelf, dus het voelt als vanzelfsprekend al deze taken te combineren met werk, sport, studie, familie, vrienden etc. Maar ook omdat ééns in de zo veel maanden vrij zijn wel wat anders is dan wat we onder het Nederlandse arbeidsrecht kennen. Het salaris, daar heb je vast zelf al ideeën bij. Maar 6 á 7 dagen werken per week is wat ieder hier doet, wat nodig is om zo al dan niet rond te komen. En eten, dat doen we alleen samen op speciale gelegenheden, anders is het de werkers apart en de rest apart.
Want dat is hoe de dingen hier gaan, maar al is dat niet hoe ik vind dat het zou moeten gaan.
Ongelijkheid is ongemakkelijk en het schuurt, maar wellicht is dat de plek waar verandering teweeg kan komen.
En zo is home sweet home, een complexe samenstelling.
Mariska en Bas
