Een gesprek tussen leefwerelden
“Goeiemorgen, komen jullie eerst koffiedrinken?” hoor ik een onbekende stem achter mij zeggen. Ik draai mij om en zie een van de Oegandese priesters staan. “Jij spreekt al Nederlands?” vraag ik verbaasd. “Jazeker!”
Afgelopen week werden we, Mariska en Bas, gevraagd om een les over de Nederlandse maatschappij te geven aan een groep van acht Oegandese priesters die naar ons kikkerlandje gaan verhuizen. De priesters waren allemaal al eens of meermaals in Nederland geweest én volgen online Nederlandse les van een docent. Koningsdag en bitterballen konden we dus overslaan; het werd een interessante dialoog.
“Making the familiar strange”, oftewel defamiliarisatie, helpt ons om te zien dat wat wij heel normaal vinden, niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Onze ideeën over wat ‘normaal’ is, zijn gevormd door de cultuur en samenleving waarin we zijn opgegroeid. Andere manieren van samenleven zijn niet meer of minder normaal, maar komen voort uit andere waarden en ervaringen.
Veel Nederlanders vinden het normaal om bij een verjaardag een kaartje te geven, iedereen te feliciteren, drie zoenen te geven, in een kring te zitten, taart te eten en wat blokjes kaas en plakjes worst te serveren, waarna veel gasten vóór het avondeten weer naar huis gaan. Dit is echter enkel “normaal” omdat we met deze manier van verjaardagen vieren zijn opgegroeid. Van generatie op generatie wordt deze gewoonte overgedragen en beetje bij beetje aangepast. Waren jij en ik ergens anders geboren en opgegroeid, bijvoorbeeld in een dorp in Noord-Oeganda, dan hadden we het waarschijnlijk normaal gevonden om uit respect alléén de jarige te feliciteren, dat er een moment is waarop alle gasten zich één voor één introduceren aan de groep, om een groot feestmaal te serveren, dat de belangrijkste gasten een speech geven én om te dansen.
“Wat is jullie opgevallen in Nederland?” vraagt Bas aan de groep. “Dat de mensen vriendelijk zijn. In eerste instantie een beetje moeilijk te benaderen, maar als ze je kennen, zijn ze erg vriendelijk en praatzaam,” zegt Erik, een van de priesters. Dat kan ik mij goed voorstellen. Wanneer we hier in de buurt gaan wandelen door de omringende dorpen, worden we door de meeste mensen op ons pad aangesproken: “Hoe gaat het? Waar gaan jullie naartoe? Komen jullie een keer langs voor thee?” Hmm, meer dan “goeiemorgen” zeg ik zelf vaak ook niet tegen onbekenden in Nederland.
We fladderen langs verschillende onderwerpen, sociale normen en omgangsvormen. De Nederlandse directheid; hoe uiten wij respect en hoe verschilt dat van wat de priesters gewend zijn? “Hoe ik de Nederlandse priesters tegen de aartsbisschop in zag gaan… dat zou ik zelf nooit doen!” zegt priester Peter. “Uit respect en beleefdheid zijn wij indirecter in onze communicatie,” legt hij uit.
“Ik had een oudere vrouw van tachtig ontmoet in de kerk en zij vertelde dat ze alleen woont. Hoe wordt er dan voor haar gezorgd?” vraagt priester David. “Het systeem!” We vertellen over de oma van Bas. Dit jaar is ze honderd geworden en ze woont nog steeds op zichzelf. De thuiszorg helpt haar waar nodig; dat gaat haar goed af. Deze constructies kenden de priesters nog niet. Van de verzorgingstehuizen hadden ze wel al gehoord, maar van de eenzaamheid die daar wordt ervaren niet. Daar kon hij zich wel iets bij voorstellen.
Het blijft even stil. Ik vroeg me af hoe ons zorgsysteem voor hen moest voelen. “Voor mijn voorouders zorgt de familie en de gemeenschap,” zegt David. We praten over verschillende ideeën over zelfstandigheid en zorg. In Nederland wordt onafhankelijkheid vaak geprezen, terwijl in de context waarin de priesters zijn opgegroeid, familie en gemeenschap een grotere rol spelen.
We hopen niet alleen dat zij zich in Nederland thuis zullen voelen, maar ook dat hun ervaringen, verhalen en manieren van samenleven de Nederlandse gemeenschappen iets nieuws kunnen leren.
Het belangrijkste wat wij zelf hebben geleerd van de les: niet alleen nieuwsgierig zijn naar de ander, maar ook beseffen dat wijzelf óók altijd de ander zijn in de ogen van iemand anders. Zodra we onze eigen vanzelfsprekendheden leren bevragen, ontstaat er ruimte om andere manieren van leven niet als afwijking, maar als gelijkwaardige kennis en ervaring te ontmoeten.
Voor vandaag een opdracht: kies iets wat je vandaag als vanzelfsprekend hebt gedaan en probeer er als een buitenstaander naar te kijken, alsof je het nog nooit eerder hebt gezien of ervan hebt gehoord. Beschrijf de handeling aan iemand anders of schrijf het op. Bijvoorbeeld: koffie drinken uit een mok, een boterham eten als ontbijt of een kaartje sturen bij een speciale gelegenheid.
Mariska en Bas
Kijk voor meer informatie op: www.acholicommunity.farm.

