Gerardus Majella
ook in
de toekomst
patroonheilige
van onze kerk en onze gemeenschap.
In 2001 vierde onze parochie het 50-jarig jubileum van de huidige kerk van Gerardus Majella. De parochiekerk en de basisschool in Hulten zijn genoemd naar de heilige Gerardus Majella. De katholieke kerk kent een lange traditie van het vereren van heiligen. Nu de kerk zo volop in beweging is, spreken die heilige vrouwen en mannen ons nog steeds aan? En naar de toekomst toe, hoe kan de heilige Gerardus Majella ons blijven inspireren? Vragen waar ik bij het jubileumfeest graag nader op wil ingaan.
De kerkgemeenschap in Hulten
Tot aan het einde van de vorige eeuw behoorden de mensen uit Hulten onder de
parochie van Gilze. Door de ontginningen en de economische groei vestigden zich
steeds meer mensen in Hulten. Daarom werd er op 13 mei 1913 ten westen van
Tilburg een eigen parochie gesticht (als samenvoeging van de woonkernen van
Hulten en Haansberg). Op 4 februari 1914 werd een eigen kerk ingezegend door
bisschop Hopmans van Breda. Volgens plaatselijke overlevering was het de boer
die de grond voor de kerk leverde die er sterk op aandrong om de kerk toe te
wijden aan de heilige Gerardus Majella. Gerardus was enkele jaren eerder (1904)
heilig verklaard en bij het katholieke deel van de bevolking stond hij erg in de
belangstelling.
Vanaf het begin leefde er binnen de parochie een duidelijke belangstelling voor Gerardus Majella. Zo had men een Gerardus Majella broederschap opgericht en rekende men erop dat de inkomsten van deze broederschap zouden bijdragen aan de instandhouding van de parochie. Vanaf 1915 werden jaarlijks vanuit Tilburg en Goirle bedevaarten georganiseerd naar de Hultense kerk (In 1915 ruim 1200 pelgrims!) Op 16 maart 1914 verleende paus Pius X voor zeven jaar een op het feest van Gerardus te Hulten te verdienen volle aflaat. In 1938 namen nog 600 pelgrims deel aan de tocht.
Tijdens het bombardement van zondag 3 september 1944 werden kerk, pastorie, school en diverse huizen verwoest. Na de oorlog maakte men gebruik van een houten noodkerkje. In 1951 werd de huidige stenen Gerardus Majella kerk plechtig ingewijd.
Met de nieuwe kerk kwamen ook weer vele bedevaarten naar Hulten. Op 16 oktober - toen een vrije dag voor de Hultenaren! - en op de zondag erna werden speciale processies gehouden. Op de feestdag van Gerardus vertrok men vanuit de kerk met het Gerardusbeeld en begeleid door het zangkoor in processie naar het rustaltaar in de tuin van de pastorie. Vervolgens liep men eerst rond de kerk heen en dan weer terug in de kerk. De kinderen kregen een gezegend scapulier mee. De zondag erna kwamen bedevaartgangers uit Tilburg, Goirle en Oosterhout naar de kerk.
Begin jaren zestig nam de belangstelling voor de bedevaart af. Vanuit Tilburg werd nu immers een bedevaart naar het Gerardus Majella heiligdom in Wittem georganiseerd. Door de inspanningen van de pastoor en de kosteres beleefde de bedevaart naar Hulten in de zeventiger jaren een opleving. Zieke mensen en kinderen kwamen er vooral vanuit Tilburg. >s Middags was er een speciale kinder-zegening in de kerk.
In de tachtiger en negentiger jaren van de vorige eeuw nam de belangstelling voor Gerardus Majella sterk af. Activiteiten in het dorp concentreerden zich in deze periode vooral rond het behoud van het eigen dorpsleven. Immers de gemeente Tilburg wilde het gebied van Hulten annexeren voor de uitbreiding van de stad. Met allerlei acties van de plaatselijke bevolking werd bereikt dat slechts een beperkt deel van Hulten afgestaan hoefde te worden. De onderlinge verbondenheid van de Hultense bevolking werd door alle activiteiten eerder versterkt. Hulten werd zelfs genoemd Ahet Aerts paradijs@ (met een ludieke verwijzing naar burgemeester Aerts van de gemeente Gilze-Rijen waar de dorpskern van Hulten deel van uitmaakt).
Mede dankzij de sterke verbondenheid in de Hultense gemeenschap groeide er ook een aanzienlijke groep van vrijwilligers en vrijwilligsters die betrokken zijn bij het parochiegebeuren. De kleine buurtgemeenschap bestaat uit minder dan 300 gezinnen en toch is er sprake van een vitale - zij het kleine - geloofsgemeenschap. Omdat de gemeenschap te klein is om als parochieorganisatie zelfstandig te kunnen blijven bestaan, ging men nauw samenwerken met de buurtparochies van Rijen en Molenschot. Zij werd opgenomen in een groter regio-verband. Vanaf 1 januari 2001 is de parochie van Hulten gefuseerd met de parochies van Rijen en Molenschot: de nieuwe parochie heet Parochie Heilige Geest. De parochiekerk behoudt natuurlijk haar eigen naam: Gerardus Majella kerk.
Heiligen, wat kunnen zij betekenen?
Spreken ze ons aan, die heiligen van vroeger? Zijn heiligen nog wel van deze
tijd? Heeft de heilige Gerardus Majella, die man uit de achttiende eeuw, nog
betekenis voor ons? Bij heiligen denken we eerder aan de heiligen-beelden in een
katholieke kerk waar zij vroom en devoot worden afgebeeld. Misschien ook wel aan
het weerpraatje van de radio, waar soms een spreuk verteld wordt van een
heiligendag. Opvallend is dat heiligen weer in de belangstelling komen. In een
boekhandel zie je steeds meer prachtig uitgegeven boeken over heiligen en
heiligen-levens. Maar bij dit alles gaat het meer om folklore dan dat die
heilige vrouwen en mannen ons nog persoonlijk aanspreken. Zijn heiligen echt
alleen iets uit vroegere tijden, uit het 'roomse leven'? Of hebben zij ons nu
nog iets te vertellen? En zijn er tegenwoordig ook heilige vrouwen en mannen te
vinden? Bestaan ze nog, vrouwen of mannen die bijzonder zijn en zich bovenmate
inzetten voor liefde, recht en vrede?
In de voorbije 50 jaar dat de kerk in Hulten bestaat is er veel veranderd in onze samenleving en zo ook binnen de kerkgemeenschap. Normen en waarden worden nu anders beleefd dan halverwege de vorige eeuw. Het geloof is een andere plaats gaan innemen bij de mensen en ook binnen de gehele samenleving. De kerkelijke betrokkenheid van mensen wordt anders ingevuld, anders beleefd. De vieringen in de kerk zijn aangepast en vernieuwd. En zeker ook: in de laatste halve eeuw zijn kerkelijke structuren en organisaties grondig gewijzigd.
Al die veranderingen in kerk en geloof hebben een grote invloed gehad op het gewone leven van mensen. Ouderen verzuchten wel eens dat de veranderingen in de kerk wel heel snel zijn gegaan; zij kunnen de ontwikkelingen binnen de kerk met moeite volgen. Anderen vinden juist dat de kerk niet eigentijds genoeg kan zijn: de kerk zou nog dichter bij het levensgevoel van mensen van nu moeten staan. Maar hoe je de veranderingen van de afgelopen 50 jaar ook waardeert, het is een realiteit dat de kerkgemeenschap volop in beweging is. Een realiteit die niet te ontkennen is.
Naar de toekomst bezien, zal onze katholieke kerk in beweging blijven. De ontwikkelingen in de kerkelijke organisatie zijn nog niet afgerond en vooral ook de plaats die de kerk in onze Nederlandse samenleving zal innemen is zeker nog niet uitgekristalliseerd. Geloof en kerk blijven voortdurend in verandering. Het is niet gemakkelijk om voor jezelf een goede houding te vinden tegenover alle ontwikkelingen en veranderingen in onze kerk.
Soms moeten we met weemoed terugdenken aan de kerk van vroeger ("Toen hadden we
nog een eigen pastoor... Toen zat de kerk nog vol in het weekend... Toen deden
er wel 35 kinderen hun eerste communie...") Het is zeker goed om met een gevoel
van tevredenheid herinneringen aan het kerkelijke leven van toen op te halen.
Het zijn immers vaak dierbare herinneringen aan de belangrijke momenten in ons
leven. Alleen moeten we ons ervoor waken dat die herinneringen aan vroeger niet
blijven steken in een overdreven verlangen naar het verleden. Dan vergeten we
het heden, de tijd waar we nu in leven.
Soms voelen we ook afstand tegenover het kerkgebeuren. Dan ervaren we dat we
teleurgesteld zijn in de kerk en laten we onze betrokkenheid met de parochie en
haar mensen los ("De kerk is verleden tijd en geloven is van vroeger... De paus
en Rome daar kun je toch niets meer mee... Daar heb ik echt geen tijd
voor...")
Waren vroeger parochianen heel nauw betrokken op het kerkelijk leven, nu is het
moeilijk om vrijwilligers en vrijwilligsters te vinden. Het is ook niet meer
vanzelfsprekend om je kinderen in de kerk te laten dopen of er te trouwen. Maar
het is ook (te) makkelijk om te zeggen dat de katholieke kerk zal verdwijnen uit
onze samenleving.
Wanneer je evenwel geïnteresseerd bent in geloof, ontkom je er echter niet aan om je verhouding tot de ontwikkelingen in de kerkgemeenschap te bepalen. Jezelf vragen gaan stellen: waar geloof ík in, wat wil ík met mijn geloof, waarvoor heb ík de kerkgemeenschap nodig en welke bijdrage kan ík aan die kerkgemeenschap leveren? Omdat geloof en kerk niet vanzelfsprekend meer zijn, is het ook zo moeilijk om een antwoord op deze vragen te vinden.
Daarom is het fijn dat er in de mensengeschiedenis voorbeelden te vinden zijn van vrouwen en mannen die ons kunnen helpen om onze eigen weg te vinden. Vrouwen en mannen die een bijzondere betekenis hebben vanwege de manier waarop zij geleefd hebben. Zij kunnen ons helpen om de richting te vinden waarin wij antwoorden kunnen vinden op onze levensvragen. Misschien kan Gerardus Majella zo iemand voor ons worden.
Intermezzo: Gerardus Majella zet door.
Gerardus Majella had als een kind een droom:
hij wilde heel graag broeder of pater worden.
Maar geen enkel klooster wilde hem opnemen.
Jarenlang bleef hij verzoeken indienen, die steeds afgewezen werden.
Ze vonden hem maar een "hopeloos figuur".
Toch bleef hij koppig volhouden. Hij geloofde in zijn droom.
In 1752 kon hij uiteindelijk intreden bij de Redemptoristen.
Daar vond hij wat hij zocht: stilte en eenzaamheid, armoede en soberheid.
Met hen zette hij zich in voor de armen en leefde heel eenvoudig.
Nederigheid en soberheid zijn deugden
die vaak met Gerardus worden verbonden.
Meestal wordt hij heel eenvoudig afgebeeld met een kruis in zijn handen.
Of zie je hem terwijl hij brood uitdeelt aan kinderen.
Wat te doen?
Heilige vrouwen en mannen worden niet aanbeden in de katholieke kerk. Zij worden
vereerd en hebben een bijzondere plaats. Zij zijn zo bijzonder omdat zij in hun
leven en werken verwijzen naar de oorspronkelijke bedoeling van het christendom.
In hun manier van leven laten heiligen opnieuw zien hoe het leven bedoeld is.
Niet door erover te praten, niet met mooie woorden alleen, maar vooral ook door
de goede boodschap van Jezus in de praktijk te brengen. Heiligen geven ons als
het ware de ogen waarmee wij naar ons eigen leven, naar onze eigen samenleving
kunnen kijken - in het licht van de boodschap van Jezus van Nazareth. Zo ook de
heilige Gerardus Majella.
Gerardus Majella werd in het verleden en wordt nog steeds vereerd door vrouwen die een kind wensen of zwanger zijn. Dit heeft alles te maken met zijn verdienste voor arme moeders en weduwen. Hij bracht immers het brood voor hun kinderen. Officieel is hij de patroonheilige van de kleermakers, omdat hij al als kind het vak van kleermaker moest leren. Maar in de volksmond wordt Gerardus Majella wel de heilige van 'hopeloze zaken' genoemd. Dat heeft alles te maken met zijn sterke doorzettingsvermogen. Telkens weer, ondanks zijn zeer zwakke gezondheid en de vele tegenwerking die hij kreeg, ging hij verder.
Voor hopeloze mensen, vrouwen en mannen zonder hoop en levensmoed, heeft Jezus een boodschap van hoop en van bemoediging gebracht. Wanneer je de moed verloren hebt en het leven als zinloos ervaart, wanneer mensen moedeloos zijn en het opgeven, juist dan wil ons geloof in het evangelie hoop brengen en steun bieden. In deze betekenis mag de titel >heilige van hopeloze zaken= zeker als een ere-titel beschouwd worden.
Zelfverzekerd en koppig wilde Gerardus Majella kost wat kost broeder of pater worden. Eigenzinnig: arme mensen, vooral kinderen, gingen absoluut voor. Wat hij met zijn bedelen verzamelde, deelde hij uit aan arme mensen. Niet verantwoord vonden zijn religieuze oversten dat; hulpeloos vonden ze hem. Maar Gerardus Majella zette door. Hij deelde zijn eigen brood uit aan de armen en zo bracht hij het evangelie van Jezus in de praktijk.
Gerardus Majella kan een voorbeeld voor ons zijn om te doen wat onmogelijk lijkt. Om te doen waar je zelf voor kiest. Om trouw te willen blijven aan onze eigen overtuiging. Zijn manier van doen kan ons inspireren in ons eigen leven. Durven wij trouw te zijn aan onze eigen idealen ook als anderen ons proberen te overtuigen dat het toch niet zal lukken wat we willen?
In de jubileumviering van 14 oktober vertellen we een wonderverhaal van Gerardus
Majella: hoe hij een maaltijd klaarmaakt voor arme mensen. Zijn overste wil dat
niet, maar Gerardus Majella weet hem te overtuigen, misschien wel tegen beter
weten. Hij gelooft in zijn idealen en het lukt... Het is een krachtig verhaal:
In een jaar heerste er in Zuid-Italië nog meer armoede dan normaal. Nergens
waren levensmiddelen te krijgen. Het aantal armen dat aan de kloosterpoort kwam
bedelen, was dan ook erg groot. Gerardus Majella was in die tijd portier van het
klooster en hij had zijn eigen kleren al weggegeven aan de armen. Hij had nog
één stel ondergoed en zijn toog; en dat midden in een strenge winter! De
mensen wisten dat als ze bij hem aan de deur kwamen, dat ze dan zeker brood,
soep en andere levensmiddelen zouden krijgen. Maar op een dag werd de overste
van het klooster bezorgd en hij stapte naar zijn portier toe en zei:
"Broeder
Gerardus, wees niet al te vrijgevig, anders hebben wij zelf straks niets meer.
Het is nog maar het begin van de winter. En er komen zo ontzettend veel
armen."
Waarop Gerardus antwoordde: "Is dat niet kleinzielig? U weet toch hoe goed en
groot God is en dat God almachtig is? Ik stel u voor om alle armen uit te
nodigen voor een overvloedige maaltijd van macaroni en U zult wel zien wat God
allemaal kan doen!" De overste was met stomheid geslagen en zei: "Doe dan maar
wat je wilt." En inderdaad, enkele honderden mensen, mannen, vrouwen, kinderen,
werden op macaroni, brood en wijn onthaald. Het was een bijzondere maaltijd; de
broeders bedienden de armen die van overal waren toegestroomd. Toen de maaltijd
afgelopen was, ging Gerardus naar het tabernakel in de kloosterkerk, klopte
tegen het deurtje en bad: "Padrone, Padrone, help ons!". En zie, meteen werd er
aan de kloosterdeur aangebeld en een onbekende weldoener kwam een buidel met
geld brengen; meer dan voldoende om het gastmaal van te betalen.
Wat voor figuur moet deze Gerardus geweest zijn? Uit brieven en geschriften van de Redemptoristen krijgen we het beeld van een naïeve, bijna onnozel overkomende man. Héél bescheiden, niets zal hij voor zichzelf vragen. Bovendien is hij een keiharde werker, die zichzelf telkens weer ontziet. Hij is een erg vrome en ingetogen mens. Zelfs in de perioden dat hij erg ziek is, volgt hij de gebedsvieringen.
Bij de Redemptoristen werd hij op bedeltocht gestuurd. Hij moest geld inzamelen voor de bouw van kloosters en kerken en vooral ook voor het levensonderhoud van de broeders. Maar hij werd een heel bijzondere bedelaar. Wat hij met aalmoezen ontving, schonk hij vaak niet aan zijn medebroeders, maar aan de zeer armen uit Zuid-Italië. Bekend is hoe hij het laatste brood van het klooster nog uitdeelde aan arme moeders die om brood vroegen voor hun kinderen. Optreden zoals dit, werd hem echter vaak niet in dank afgenomen door zijn medebroeders.
De wonderen die aan hem toegeschreven worden hebben meestal ook te maken met de bevolking die in bittere armoede leefde. Zo geneest hij een tienjarige jongen die tijdens zijn werk op het land (kinderarbeid!) van vermoeidheid met zijn hoofd tegen een steen is gevallen. Zo helpt hij een jammerende boer die gekweld wordt door een muizenplaag. De muizen vreten het zaad voor het land op. Gerardus verjaagt de muizen met een kruisteken. Een dienstmeisje dat door haar verlamde hand niet meer kan werken, wordt door hem bezocht en hij geneest haar hand. Wanneer hij ziet dat een vissersloep wanhopig probeert de thuishaven te bereiken en met man en macht dreigt te vergaan, slaat hij een kruisteken over de koppen van de golven, gaat bidden en dan wordt de zee zo rustig dat de vissers aan land kunnen komen. Misschien zou je wel kunnen zeggen: Gerardus Majella was een wonderdoener voor straatarme mensen.
Het leven van Gerardus kan een inspiratiebron voor ons persoonlijke leven zijn. Het kan ook een richting geven ten aanzien van onze betrokkenheid op de kerkgemeenschap. Wanneer de boodschap van Jezus ons nog steeds ter harte gaat, zullen wij op zoek gaan naar mogelijkheden om die boodschap in de praktijk te brengen. De kerk wil een gemeenschap bieden om die boodschap van Jezus niet enkel als een mooi ideaal te zien, maar ook om die boodschap handen en voeten te geven. Samen gaan we op weg; alleen samen wordt de weg gebaand. Er zijn alleen op voorhand geen wegen gemaakt. Voor de toekomst van de kerk is er nergens een blauwdruk te vinden. Nergens staat omschreven: zó en zó zal die toekomst er uitzien. Ook Gerardus Majella had indertijd zeker geen vermoeden van wat het kloosterleven bij de Redemptoristen voor hem zou inhouden.
Toen de parochiekerk van Hulten samen met de basisschool en enkele huizen op zondag 3 september 1944 tijdens een bombardement verwoest werd, was ook de inventaris van de kerk grotendeels beschadigd. Maar niet alles: een deel van de inventaris was uit voorzorg tijdig elders ondergebracht. Mensen willen immers de waardevolle dingen uit het verleden in stand houden. Zo was er ook een oud en devoot heiligenbeeld van Gerardus Majella. Voor de Hultenaren symboliseerde dat beeld iets van de bijzondere zeggingskracht van Gerardus Majella. Nu is het beeld, zij het aangetast door de tand des tijds, weer in het kerkgebouw aanwezig.
Intermezzo: Wij zijn Gods handen
Het gebeurde vlak na de oorlog in Frankrijk.
Een klein stadje was gebombardeerd en ook de kerk lag in puin.
Bij het ruimen van het puin komt ook een groot
kruisbeeld te voorschijn.
Het is door het bombardement sterk beschadigd:
armen en voeten ontbreken.
Hoe men echter ook zoekt,
de afgebroken handen en voeten kan men niet vinden.
Omdat het een oud en kostbaar beeld is,
besluit men het beeld toch weer in de herstelde kerk op te hangen.
Na een paar jaar komt een Amerikaanse soldaat
die meegevochten heeft in die streek, in de kerk.
In een opwelling schrijft hij bij het beeld:
"Mensen, jullie zijn mijn handen en voeten."
De toekomst van onze kerkgemeenschap
God heeft mensen nodig. Hij had Jezus van Nazareth nodig. Maar vooral ook: hij
heeft ons nodig, om de liefde handen en voeten te geven. In ons handelen kan
Gods licht doorbreken. Elkaar het leven geven... dat kunnen wij! Dat doen we
door uit ons eigen wereldje te stappen en elkaar aandacht te geven, elkaar au
serieus te nemen en door te luisteren naar elkaars verhalen en noden. Door
elkaar te laten voelen: ik ben met jou begaan. Net als Gerardus Majella leren we
kijken naar wat mensen nodig hebben en proberen we te zorgen voor de zwakken in
de samenleving, uitnodigend te zijn en elkaar te bemoedigen. Elkaar het leven
geven... dat kunnen wij, als individu en als parochie-gemeenschap!
Onze geloofsgemeenschap in Hulten is anno 2001 niet groot, maar zij is wel vitaal! Dat kun je zien aan de verschillende activiteiten die er binnen onze geloofsgemeenschap plaats vinden. Maar je kan het vooral zien aan de onderlinge verbondenheid en saamhorigheid die er in Hulten is. De vorm van het samen-kerk-zijn mag dan veranderd zijn in de 50 jaar dat de huidige kerk bestaat, maar de kern van ons geloof staat nog even centraal.
Bij velen van ons leeft de vraag of onze kleine geloofsgemeenschap in de toekomst voldoende vitaliteit zal hebben om als geloofsgemeenschap overeind te blijven? Die vraag hoor ik regelmatig stellen in bijeenkomsten en gesprekken. Zal de geloofsgemeenschap van Hulten blijven bestaan? Een antwoord daarop is niet te geven, omdat de vraag volgens mij verkeerd gesteld wordt. De onderlinge verbondenheid tussen mensen in Hulten zal zeker blijven - hoe klein in aantal de gemeenschap ook is. In de toekomst blijven we zoeken naar vormen van samen-kerk-zijn die passen bij onze gemeenschap.
Vorig jaar heeft het parochiebestuur de pastorie bij de kerk verkocht, maar tegelijk zijn er in de oude sacristie twee nieuwe en frisse ontmoetingsruimten gemaakt. Beide handelingen kunnen symbolisch zijn voor onze geloofsgemeenschap. Aan de ene kant zullen we afstand nemen van een stukje kerkelijk verleden en aan de andere kant zijn we op zoek naar nieuwe mogelijkheden voor onze geloofsgemeenschap. Wel zullen we de activiteiten van onze geloofsgemeenschap moeten afstemmen op het beperkt aantal vrijwilligers en vrijwilligsters dat er is. Dat betekent telkens weer dat we onszelf niet mogen overvragen. Het gaat niet om de kwantiteit, maar wat we samen ondernemen willen we kwaliteit geven.
Concreet betekent het dat we onze krachten in onze gemeenschap goed moeten bewaken. Laten we ons concentreren op een beperkt aanbod van eigen parochiële activiteiten (zoals pastoraatsgroep, parochiekoor, jeugdkoor, gezinsvieringen) en laten we waar mogelijk ons steentje bijdragen in het geheel van de parochie Heilige Geest, waarvan wij deel uitmaken.
Gerardus Majella kan nog steeds een voorbeeld zijn voor christenen in onze tijd en daarom noemen we hem heilig. Via zijn werk en leven kunnen wij anders leren kijken naar ons eigen leven en onze samenleving. Gelukkig dat er zulke vrouwen en mannen zijn, zoals Met recht mogen wij hen heilig noemen. En telkens weer zullen er mensen zijn die net als Gerardus Majella de geest van Gods liefde uitdragen.
Pastor Adrie Lint, oktober 2001. (voormalig pastor in de parochie Heilige Geest)