Visie en beleid
 
Onze missie als parochiegemeenschap in 2000
ofwel: hoe willen wij samen kerk zijn?

Wat ons voor ogen staat, de grondgedachte van onze parochie, willen wij uitleggen aan de hand van het evangelie-verhaal van de Emmaus-gangers (uit Lucas 24,1-35). Dat verhaal vertellen we met eigen woorden. Daarbij veronderstellen we het verhaal van de Emmaus-gangers als bekend - zo niet dan kunt u het aan het einde van deze pagina nog eens nalezen.

Het verhaal van de Emmaus-gangers begint als volgt: Jezus is nog maar net gestorven en twee leerlingen van hem verlaten de groep in Jeruzalem. Zij gaan op weg naar Emmaus. Die twee leerlingen voelen zich gedesillusioneerd, want Jezus, hun leider en leidsman, is gestorven. Ze zijn ook teleurgesteld in de eerste christen-gemeenschap van Jeruzalem. Hun enthousiasme over de nieuwe beweging is verminderd; ze hebben de christengroep de rug toegekeerd. Ze zijn letterlijk hun richting kwijt.

In dit opzicht lijken die twee leerlingen wel een beetje op ons, mensen uit onze regio en 2000 jaar later. Ook wij voelen ons bij tijd en wijle teleurgesteld in de kerkgemeenschap. Bijvoorbeeld, wanneer we bij de weekend-vieringen in onze kerken rondkijken en zien hoe weinig jeugd en jongeren er bij de gewone vieringen zijn, dan bekruipt ons soms een troosteloos gevoel. Waarom is er niet meer belangstelling; we doen toch zo ons best? En vroeger hechtte je geloof aan wat de kerkleiding te vertellen had, maar nu word je vaak somber om wat paus en kardinalen te zeggen hebben. Dan verzuchten we dat er zo weinig in het instituut kerk verandert: "We zouden wel willen, maar Rome..."
Twintig jaar geleden hoorde je als vanzelfsprekend bij de kerk, nu word je vreemd aangekeken als je je kind wilt laten dopen of wanneer je op zondag niet wilt uitslapen en naar de kerk gaat. Mensen die de kerk niet meer zien zitten, we kunnen ze best begrijpen. Net als die twee leerlingen die naar Emmaus gaan verliezen we soms de moed en het geloof in onze kerk.

Wat doen die twee leerlingen? Ze hebben de christen-gemeenschap van Jeruzalem in de steek gelaten en zijn op weg naar Emmaus. Ze komen een vreemde man tegen. Pas veel later zullen ze ontdekken dat het Jezus zelf is. Ze raken aan de praat met die vreemde vent. Eigenlijk is het Jezus die deze twee mensen tot gesprek brengt. Jezus luistert naar hen. Hij nodigt ze uit om te vertellen waar ze mee zitten. "Vertel het maar, wat jullie bezig houdt!" dringt hij aan. En die twee gaan het vertellen. Zo'n luisterend oor verleidt hen tot een vertrouwelijk gesprek.

Dat is een eerste punt van onze missie als kerk in 2000:
als parochiegemeenschap willen wij mensen met elkaar in gesprek brengen.

Ons vertrekpunt is een kerk die in gesprek wil gaan met mensen zowel binnen als buiten onze parochie. We willen een kerk zijn van de dialoog. Niet een kerk die het beter weet, niet een kerk met het belerende vingertje. Wij hebben een kerk voor ogen die wil luisteren, precies zoals Jezus deed; een kerk die mensen uitnodigt om op verhaal te komen.
Daarom willen we plekken creëren waar mensen echt met elkaar in gesprek kunnen komen; zoals gespreks-ochtenden voor ouderen; doopgesprekken; in de voorbereiding van de eerste communie, huwelijk en vormsel. En ook gesprekken met mensen in de bijstand of uit de zorgsector.

Terug naar het verhaal van de Emmaus-gangers: wat is de inhoud van hun gesprek? Waar hebben die drie het over? Ze praten over de gebeurtenissen van de voorbij weken: dat Jezus geweldige dingen heeft gedaan, in de ogen van God en van het gehele volk; dat ze hem ter dood hebben gebracht; en dat ze eigenlijk verwacht hadden dat hij uit de dood zou opstaan. Ook dat enkele vrouwen een leeg graf hebben gevonden en dat zij een verschijning van engelen hebben gekregen. Maar ze willen ook aan Jezus kwijt dat ze teleurgesteld zijn. Zo praten zij over hun eigen leven, hun wensen en verlangens, over wie ze willen zijn en wat ze willen verwezenlijken.

Dat is een tweede punt van onze missie als kerk in 2000:
als parochiegemeenschap willen wij in gesprek gaan over wat mensen zelf bezig houdt.

De inhoud van de gesprekken zal in in eerste instantie bepaald worden door onze gesprekspartners. Het gesprek gaat over wat mensen van nu meemaken: hoe zij op zoek zijn naar eigen identiteit en welke keuzes zijn in hun leven maken. Zo zullen de gesprekken in onze parochie gaan over de belangrijke momenten in ons leven, over waar we in geloven en wat we willen doen. Het betekent ook dat we vanuit de kerk mensen en groepen in de samenleving serieus willen nemen; echt willen luisteren naar wat hen bezig houdt. Onze kerk wil openstaan voor signalen uit de samenleving en zal dan ook respect dienen te hebben voor andere levensbeschouwingen en opvattingen.

En die vreemde man - in het verhaal - begint hen dan de oude bijbelverhalen te verklaren. Hij vertelt over de profeten en over Mozes. Hij legt uit wat er in de gehele bijbel staat En... hij verbindt de verhalen uit de bijbel met de gebeurtenissen van de voorbije dagen. Zo vertaalt die vreemde man opnieuw de traditie naar de eigen tijd en opent daarmee hun de ogen.

Dat is een derde punt van onze missie als kerk in 2000:
wij willen een verbinding leggen tussen traditie en bijbel-verhalen aan de ene kant
en aan de andere kant wat mensen bezig houdt en wat er in de samenleving gebeurt.

Onze parochie wil steun geven aan al die mensen die op zoek zijn naar zingeving in hun leven. Mensen van deze tijd geloven best dat God hen draagt in hun leven, alleen hebben ze er vaak niet de woorden voor om het te uiten. Bekende sociologische rapporten zoals God in Nederland laten zien dat de mensen van nu niet minder bezig zijn met levensvragen, God en geloof als 40 jaar geleden; alleen dat zij veel minder op de kerk betrokken zijn. Over het algemeen is men nog steeds erg gevoelig voor geloof en symbolen.
Onze taak als kerkgemeenschap is om te helpen ervaringen en gevoelens te verwoorden in religieuze taal. Vanuit onze kerk hebben wij de taak om mensen van nu te leren dat de christelijke waarden, gebeden en rituelen hen iets te bieden kunnen hebben. Zo willen wij onder andere middels verschillende catechetische activiteiten parochianen maar ook andere belangstellenden helpen het eigen geloof te verwoorden en te zoeken naar rituelen en vieringen om vorm te geven aan het eigen levensgevoel.

Daarmee komen we bij een volgende punt. Wat Jezus aan de twee leerlingen vertelt is niet vrijblijvend. Hij noemt ze zelfs dom en traag. ‘Stommeriken' scheldt hij ze uit. Vertaald naar onze tijd: klein gelovigen! Jezus neemt geen blad voor de mond. De ‘vreemde man' legt uit dat Jezus niet voor niets geleefd en gestorven is. Hij laat hun juist zien wat de boodschap van Jezus is: respect voor God hebben, de naaste liefhebben als je zelf, opkomen voor de zwakkeren in de samenleving.

Dat is het vierde punt van onze missie als kerk in 2000:
het evangelie heeft een boodschap, een oproep voor iedereen in de samenleving
en het is onze taak om die boodschap uit te dragen.

In onze gesprekken, groepen en vieringen, mogen we zeker uitkomen voor de christelijke normen en waarden. En ‘mogen er voor uitkomen', is nog veel te zwak uitgedrukt. Onze christelijke normen en waarden, en ook onze rituelen, gebedenen vieringen maken onze kracht en inspiratie uit.
Als parochie willen we de evangelische boodschap uitdragen. Natuurlijk doen we dat vanuit een gevoel van respect en vanuit een open houding voor andere mensen. We willen onze boodschap vooral uitdragen door er naar te leven. Aan mooie slogans, mooie woorden hebben we niets, zolang we er niet naar handelen. Alleen een fraai bord aan de kerk of een mooie website op internet bieden nog geen zeggingskracht. Juist jeugd en jonge mensen hechten waarde aan de geloofwaardigheid van de kerk. Het is onze taak om het evangelie voor te leven. Daarom is de diaconie zo belangrijk in de kerk van 2000.

Zo pratende, komen de twee leerlingen en Jezus aan in Emmaus. De leerlingen nodigen Jezus uit om bij hen te blijven eten. Aanvankelijk wil Jezus dat niet, maar die twee leerlingen dringen aan. Zoudt u het doen: iemand die u amper kent, in huis vragen om te komen eten?

Dat is een vijfde punt van onze missie als kerk in 2000:
gastvrij-zijn niet alleen voor gelovige katholieken
maar juist ook voor mensen die randkerkelijk zijn (geworden).

Dat we activiteiten en pastoraat organiseren voor onze eigen getrouwe parochianen, is natuurlijk vanzelfsprekend. Maar juist naar de grote groep van randkerkelijken moet onze aandacht uitgaan. Daar hoort onder andere de grote groep bij die vroeger wel katholiek is opgegroeid maar vanwege allerlei redenen verder van geloof en kerk af is komen te staan. Naar hen toe willen wij uitnodigend zijn. We denken dan bijvoorbeeld ook aan veel van onze kinderen die opnieuw moeten ontdek-ken dat de kerk een belangrijke plaats in hun leven kan aannemen. Dat zal alleen maar kunnen, als de kerk hen iets te bieden heeft en hun levensgevoel, normen en waarden met respect bejegent.
Wij kunnen de blijde boodschap alleen maar overbrengen, wanneer we gastvrij en open zijn. Als we willen dwingen of ons geloof willen opleggen, zullen we nooit bekeren. Alleen wanneer we vrij en open leven volgens ons geloof, zullen andere mensen er misschien iets van opsteken.

Weer terug naar het verhaal: het gesprek tussen de drie bereikt een hoogtepunt in het breken en delen van het brood. Dat is een cruciaal moment in het verhaal. Want wat gebeurt er namelijk? Wanneer zij samen aan tafel gaan, precies op dat moment, laat Jezus zien dat er een samenhang is tussen het handelen van God en de geschiedenis van mensen. Gods liefde is aanwezig waar mensen met elkaar delen. Dat wordt een indringende geloofservaring voor die twee leerlingen.

Dat is een zesde punt van onze missie als kerk in 2000:
wij moeten de mensen in de samenleving laten zien,
dat Gods Liefde aanwezig is, waar mensen samen delen,

Dit kan in de liturgie gebeuren, maar evenzeer ook daarbuiten. In het samen delen ervaren wij de kracht van ons christelijk geloof. Daarom ook is eucharistie zo'n centraal moment van ons geloof. En dan niet als een eredienst die voorbehouden is aan zondags in de kerk. Maar samen delen maakt de kern van ons dagelijks geloven uit: delen van wat we hebben, delen van wie we zijn.
Samen delen kan gebeuren als we samen eten, gewoon thuis, of in de liturgie van de kerk, maar ook als we op bezoek gaan bij een zieke, of iemand helpen die het nodig heeft, of bij onze inzet voor de diaconie. Op die momenten dat we eerlijk en oprecht met elkaar delen, is God bij ons en is het Rijk Gods nu al present.

Het verhaal van de Emmaus-gangers is nog niet af: op het moment supreme, wanneer de leerlingen Jezus herkennen in het breken en delen, verdwijnt Jezus geheel uit het beeld. De leerlingen besluiten dan om terug te gaan naar hun groep in Jeruzalem.
Het verhaal draait immers om de leerlingen. Zij beseffen dat ze er beter aan doen om terug te keren naar Jeruzalem. De twee leerlingen maken een keuze: ze gaan terug naar de gemeenschap. Ze willen er weer bij horen, bij die Jezus-beweging. Ze willen weer gaan leven in het spoor dat Jezus hen heeft voor-geleefd.

Dat is een zevende punt van onze missie als kerk in 2000:
onze boodschap nodigt uit om een keuze te maken,
een keuze vóór de blijde boodschap van Jezus.

Onze parochie wil een zorgende gemeenschap zijn, in de geest van Jezus van Nazareth, waarin wij samen werken aan een betere samenleving. Dat uit zich in de zorg voor de medemens, in het bijzonder voor de meest kwetsbare en hulpbehoevende mensen. Dat kan in het klein gebeuren, op het persoonlijke vlak: bijvoorbeeld ziekenbezoek, rouwbegeleiding. Of dit kan vanuit de parochie leiden tot meer politieke en structurele activiteiten: zoals de vastenactie, kledingactie, armoedeproblematiek.

Tenslotte:
het oude verhaal van de Emmaus-gangers is dus geen verleden tijd; 2000 jaar geleden is het niet opgehouden. Het gaat nog steeds door, hier en nu, ook in onze regio.

Met deze 7 onderscheiden missies hopen wij dat onze nieuwe parochie zal uitgroeien tot een vitale gemeenschap, die in de drie dorpsgemeenschappen van Hulten, Molenschot en Rijen bezielend mag werken. Dat wij het vuur brandend houden en aan elkaar doorgeven. Zo willen wij mee bouwen met de geschiedenis van God op weg met de mensen.

Moge de Geest van God aanwezig zijn
in alles wat wij doen om het geluk van mensen
en van de samenleving te dienen.
Dat Gods Geest ons roept en bezielt,
want waar anders vinden wij onze bestaansgrond.

Oktober 2000


Het verhaal van de Emmaus-gangers, volgens Lucas 24,1-35:

Diezelfde dag gingen twee leerlingen op weg naar een dorp ongeveer twaalf kilometer van Jeruzalem. Het heette Emmaus. Ze spraken met elkaar over alles wat er gebeurd was. Terwijl ze daar zo over aan het praten waren, kwam Jezus zelf bij hen en liep met hen mee. Maar ze herkenden hem niet, verblind als ze waren.
`Waarover lopen jullie te praten?' vroeg hij hun.
Somber bleven ze staan. Een van hen, Kleopas, antwoordde:
`U woont in Jeruzalem, en zou als enige niet weten wat daar de afgelopen dagen gebeurd is?'
`Wat dan?' vroeg hij.
`Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret,' zeiden zij.
`Die man was een profeet. Voor het oog van God en van het hele volk zei en deed hij dingen die van grote macht getuigden. Onze opperpriesters en leiders hebben hem uitgeleverd om hem ter dood te laten veroordelen en hebben hem aan het kruis laten slaan. En wij hoopten dat hij het was die Israël zou bevrijden! Maar inmiddels is het alweer de derde dag sinds dat gebeurd is. Wel hebben enkele vrouwen van onze groep ons in verwarring gebracht. Ze zijn vanmorgen vroeg naar het graf gegaan en hebben zijn lichaam niet gevonden. Ook zeiden ze dat er engelen aan hen waren verschenen die vertelden dat hij leeft. Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan; en het was zoals de vrouwen gezegd hadden. Maar hem hebben ze niet gezien.'
Toen zei hij tegen hen:
`Wat zijn jullie toch dom, wat aarzelen jullie toch om te geloven wat de profeten allemaal gezegd hebben! Moest de Christus dat alles niet lijden om zijn glorie binnen te gaan?'
En hij legde hun uit wat er over hem in de hele Schrift staat, te beginnen bij Mozes en al de profeten. Intussen naderden ze het dorp waar ze heen wilden. Hij deed alsof hij verder wilde gaan, maar zij hielden hem tegen en zeiden:
`Blijf bij ons; de dag is bijna om en het wordt al donker.'
Hij ging mee en bleef bij hen. Toen hij met hen aan tafel was, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood in stukken en gaf het hun. Toen gingen hun ogen open en ze herkenden hem; en toen zagen ze hem niet meer. En ze zeiden tegen elkaar:
`Brandde ons hart niet in ons toen hij onderweg met ons praatte en de Schrift voor ons opende?'
Ze stonden onmiddellijk van tafel op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf en de anderen van hun groep bijeen.

(Vertaling: Groot Nieuws)